Veertig tot zestig procent van de mensen die worden verwezen naar de polikliniek van een ziekenhuis, blijkt somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (afgekort SOLK) te hebben. Deze mensen vinden in het ziekenhuis geen passende behandeling en er is brede consensus onder experts dat deze mensen bij voorkeur begeleid zouden moeten worden in de huisartsenpraktijk. Daar zou aandacht moeten zijn voor het exploreren van zowel de lichamelijke als de psychosociale aspecten van de klacht, om vervolgens tot een behandelvoorstel op maat te komen. Het probleem is echter dat deze aanpak meer tijd vraagt dan veel huisartsen beschikbaar hebben, met hun consulten van tien minuten.

 

De aanpak

In de regio Sittard zochten we de oplossing in de praktijkondersteuner GGZ. Praktijkondersteuners zijn HBO-opgeleide zorgprofessionals die, onder supervisie van de huisarts, op een gestructureerde manier diagnostiek kunnen doen en soms ook behandeling kunnen bieden. In de regio werd al gewerkt met een gestructureerde aanpak; het Dialoogmodel. Hierbij werden, samen met de patiënt en vanuit een biopsychosociaal perspectief, problemen in kaart te gebracht en gekeken naar wat de patiënt zelf kon bijdragen aan de oplossing en waar hulp nodig was. Een expert-team van huisartsen en praktijkondersteuners werd gevormd om een regionaal zorgtraject vorm te geven. Dat bestond uit a) detectie van SOLK door de huisarts en b) exploratie door de praktijkondersteuner. Mocht de situatie dan nog niet helder zijn, dan kon de patiënt voor een eenmalig consult naar zowel de internist als de psycholoog, die dan samen tot een advies zouden komen.

 

Het resultaat

En toen ging het mis: er kwamen geen patiënten bij de praktijkondersteuner, waardoor de rest van het traject niet van de grond kwam. Huisartsen vonden het moeilijk om tegen hun patiënten te zeggen dat ze hun klachten niet goed konden verklaren en dat ze voor verdere exploratie van de klachten het best een afspraak konden maken bij de praktijkondersteuner.

 

De lessen

Dit is een heel goed voorbeeld van een complex proces, waar je misschien alleen achteraf van kunt leren. Blijkbaar is er een groot verschil tussen wat de huisartsen vooraf nodig denken te hebben om hun werk uit te voeren en hoe ze achteraf zullen handelen.

 

De huisarts heeft als taak in de zorgketen patiënten te diagnosticeren en de ernst van hun klachten te beoordelen. Doorsturen zonder diagnose is daarom misschien makkelijker voor een huisarts naar iemand hoger in de keten, zoals specialisten. Dit gebeurt immer ook dagelijks. Patiënten zonder diagnose en duidelijk omlijnde taak doorsturen naar iemand lager in de keten (HBO-opgeleide zorgprofessional) past niet in deze structuur en is daarom veel moeilijker door te voeren.